Onze tweede trekking loopt van Nurla via Tar en Mangyu naar Alchi. Het gewicht van onze rugzak is gelukkig wat geslonken door het eten dat we hebben opgemaakt. In Alchi is een bekend klooster dat we willen bezoeken.
Hartverwarmend welkom in TarHet pad van Nurla naar Tar loopt door een smalle, spectaculaire gorge. Het is een mooi pad en er is een overvloed aan water. De Ladakhi's hebben veel kanaaltjes aangelegd om kleine stukjes land van het schaarse water te voorzien en voedsel te verbouwen. Middenin de gorge ligt nog sneeuw in de rivier.

Na een paar uur lopen bereiken we het eind van de gorge en komen in een klein, steil valleitje met enkele huizen en vol terrasjes waarop akkertjes zijn gemaakt. Dit is het plaatsje Tar. We lopen naar een huisje aan de bovenkant van het valleitje en vragen aan een vrouwtje of we kunnen kamperen. Alles op zijn tijd, want we worden eerst binnen uitgenodigd voor een kop boterthee en rijst met dal. We hadden al wat gegeten, maar op trekking kun je nooit genoeg eten. Later zullen we zelfs nóg een keer eten in de tent.

We krijgen ook tsampa. Tsampa is gerstemeel dat door Tibetanen veel als maaltijd wordt gegeten. Veel Tibetanen eten het droog, maar wij zijn blij dat we het met de boterthee kunnen mixen. Het zijn bijna allemaal vrouwen, van jong tot oud, die in de Ladakhi-kamer zitten. Ze werken de hele dag in het veld om gerst voor tsampa te verbouwen. Er is één man die het eten klaar maakt. Het antwoord wat de mannen dan doen de hele dag komt niet verder dan 'staying at home'.

Het welkom is hartverwarmend. Wij zijn de eerste toeristen dit jaar en we kunnen helemaal niet meer stuk als we onze gebedsvlaggetjes aan de tent hangen.

Ik loop 's avonds nog een uurtje omhoog voor een mooi uitzicht op het dal van Tar en dus ook op de tent (rara waar sta-ie?).

Wat een heerlijke plek!
Twee zware passen met rugzak
De volgende dag wacht ons een lange tocht naar Mangyu met twee hoge passen van 4000 meter. Voordat we omhoog gaan wil de groep vrouwen nog een groepsfoto, die we later zullen toesturen per post (die ze in Nurla moeten ophalen).

Met de rugzak is de beklimming van de eerste pas zwaar. Na drie uur zwoegen staan we eindelijk boven. We hebben een prachtig uitzicht, zelfs tot aan Leh.

Het mooie weer van vanochtend begint te betrekken, dus we haasten ons op weg naar de tweede pas van 4000 meter. Halverwege stoppen voor een pastalunch voor nieuwe energie. We gaan weer snel verder want er komt een sneeuwbuitje langs. Gelukkig duurt dit in Ladakh nooit lang en kunnen de warme kleren weer uit. Een ezeltje komt ons achterna lopen en blijft ons volgen.

Vóór de tweede pas gaat het pad door wat sneeuw en storen we twee yaks in hun middagdutje.

Ook op de tweede pas kijken we weer tegen een muur van sneeuwbergen aan.

Aan het eind van de dag lopen we Mangyu binnen. Hier vinden we op één van de terassen een kampeerplek en maken ons laatste eten op.

Eindpunt Alchi
Onze laatste loopdag is eerst mooi, maar wordt later saai over een asfaltweg. Er komt geen auto langs, wat aan de ene kant prettig is, maar aan de andere kant hadden we graag een lift gehad. Het is duidelijk warmer dan de afgelopen weken en we zijn blij dat we in dit droge niemandsland een waterpomp tegenkomen om onze geslonken watervoorraad aan te vullen. Na een warme dag komen we eindelijk bij de spiksplinternieuwe toegangspoort van 'model village' Alchi, waarna het overigens nog een paar kilometer lopen is naar het centrum.

In Alchi vinden we geen camping, dus kiezen we voor een guesthouse dat zelfs (koud) stromend water heeft! Alchi heeft een bekend klooster waar we de volgende dag een kijkje nemen. We nemen ook wat toeristen waar die met jeeps een kort bezoek aan Alchi brengen. In het guesthouse zijn we nog steeds de enige toeristen. Om drie uur nemen we de bus voor een altijd bijzondere ervaring. De bus brengt ons in een angstaanjagende en misselijkmakende vaart weer terug in Leh.