Seven weeks in Little Tibet

Het oorspronkelijke plan van zeven weken in Tibet moest vlak voor vertrek worden verlaten, maar gelukkig werd er snel een alternatief gevonden. Nienke en Hassan zijn zeven weken in Ladakh (Noord-India), ofwel Little Tibet.

vrijdag 9 mei 2008

Einde van heerlijke reis

We zijn weer terug in Nederland! Helaas hadden we bij vertrek uit India geen rekening gehouden met de strenge eisen aan de handbagage in de Europese Unie. Zo gingen onze in Delhi tax free gekochte vloeistoffen en souvenir jampotjes uit Leh zonder problemen mee in de handbagage van India naar Europa, maar moest alles voor het laatste stukje van Zurich naar Amsterdam alsnog de prullebak in. Voor de rest ging de terugreis vanuit Delhi voorspoedig. Op Schiphol werden we opgehaald door de vader van Nienke.

Na het drukke, hete Delhi voelt het voor ons in Nederland met 25°C heerlijk koel aan en is alles hier weer mooi schoon, rustig en netjes georganiseerd. Het is alleen nog wachten op de postpakketten met vuile was en andere niet-essentiële zaken die als het goed is over twee weken binnen komen. Ik zal kijken of ik nog wat filmpjes erop kan zetten die we hebben gemaakt dus houd de site in de gaten. Het was een heerlijke reis. Juley, juley!

woensdag 7 mei 2008

Met meer dan 40°C in Delhi

Gisteren zijn we met een uurtje vertraging aangekomen in Delhi. Er was wat bewolking in Leh, maar geen probleem voor onze vlucht. We zagen weer prachtige gletschers langskomen.

Het raampje was helaas niet schoon, maar tijdens het landen in Delhi hadden we een mooi uitzicht op de Lotus-tempel die we vandaag hebben bezocht.

Na het koude Leh is het wel even wennen aan de hitte van Delhi. Bij het schrijven van dit bericht komt de temperatuur buiten (in de schaduw) boven de 40°C. Hier binnen in het cybercafe is het net zo warm, alleen door de ventilator voelt het wat minder heet aan.

Eerste douche in bijna zeven weken
Gisteren hebben we na aankomst eerst even voor pampus gelegen in ons hotel op de main bazaar van Delhi. De kamer heeft zowel airconditioning als een ventilator, maar wel van Indiase kwaliteit dus meer dan een paar graden minder warm wordt het niet. Wel hebben we onze eerste echte douche met stromend water genomen sinds bijna zeven weken. Weliswaar koud, maar da's juist lekker in deze hitte. Verder zijn we gisteren doorgekomen door ons tegoed te doen aan de Westerse luxe van de Pizzahut, Costa Coffee (met échte koffie) en bioscoop. Het voordeel: ze hebben allemaal een uitstekende airconditioning!

De Lotus-tempel, een Operahouse-lookalike
Vannacht hebben we slecht geslapen vanwege de hitte. Door de enorme herrie van de airconditioning (en het feit dat er nauwlijks effect waarneembaar was) daalde de temperatuur 's nachts nauwlijks onder de 30°C.
Vandaag hebben we de Lotus-tempel in Delhi bezocht.

Het is een mooi architectonisch bouwwerk dat me sterk doet denken aan het Operahouse in Sydney waar ik twee keer eerder ben geweest.

Verder hebben we een paar mooie ritjes in de riksja's gemaakt.

In de enorme verkeerschaos van Delhi zie je Indiërs 'van alles' vervoeren.

De regels nemen ze niet zo nauw. Band versleten? Gewoon een extra stuk rubber erop plakken...

Terug naar Nederland
Vannacht om 01:20 uur vliegen we metSwiss via Zurich terug naar Amsterdam. We kunnen niet wachten op de aangename Hollandse 20°C...

maandag 5 mei 2008

Laatste dagen in Ladakh

We hebben nog twee dagen in Leh doorgebracht. Het wordt nu tijd om afscheid te nemen van Ladakh.

Naar de kapper voor 40 eurocent
Ik ben in Leh nog even naar de kapper geweest. Dat kostte slechts 40 eurocent. En ik kreeg er ook nog een hoofdmassage bij!
We hebben met een Indiaas etentje afscheid genomen van Padma, een Indiase berggids die we al zes weken terug hadden ontmoet en inmiddels een vriend van ons geworden. Een erg aardige, bescheiden en vriendelijke man. We waren van plan met hem een trekking te doen, maar door de sneeuwproblemen op de Khardung La is het er niet van gekomen. We zullen email-contact houden.

Postpakketten versturen in India
De laatste souvenirs zijn gekocht. Dit blijken er zoveel te zijn dat we vandaag op het laatste moment nog bij het postkantoor langs zijn geweest om drie grote postpakketten op te sturen naar Nederland. In India is dat altijd een grote attractie. De pakketten moeten worden dichtgenaaid met katoen door een tailor, maar aan de bovenkant nog worden opengelaten voor inspectie op het postkantoor. Het gaat er in Leh heel gemoedelijk aan toe, we krijgen thee aangeboden en speciaal voor ons blijven ze nog wat langer open.

Nu maar hopen dat alles aankomt.

Op naar Delhi
We hebben vooral warme kleding opgestuurd want die hebben we niet meer nodig. Morgen vliegen naar Delhi en daar is het zoals jullie rechtsboven kunnen zien meer dan 40 graden... Alleen het weer in Leh kan nog roet in het eten gooien. Het was vandaag erg bewolkt en dan worden in Leh vanwege de moeilijke aanvliegroute vaak vluchten geannuleerd.

Trekking Nurla-Alchi

Onze tweede trekking loopt van Nurla via Tar en Mangyu naar Alchi. Het gewicht van onze rugzak is gelukkig wat geslonken door het eten dat we hebben opgemaakt. In Alchi is een bekend klooster dat we willen bezoeken.

Hartverwarmend welkom in Tar
Het pad van Nurla naar Tar loopt door een smalle, spectaculaire gorge. Het is een mooi pad en er is een overvloed aan water. De Ladakhi's hebben veel kanaaltjes aangelegd om kleine stukjes land van het schaarse water te voorzien en voedsel te verbouwen. Middenin de gorge ligt nog sneeuw in de rivier.

Na een paar uur lopen bereiken we het eind van de gorge en komen in een klein, steil valleitje met enkele huizen en vol terrasjes waarop akkertjes zijn gemaakt. Dit is het plaatsje Tar. We lopen naar een huisje aan de bovenkant van het valleitje en vragen aan een vrouwtje of we kunnen kamperen. Alles op zijn tijd, want we worden eerst binnen uitgenodigd voor een kop boterthee en rijst met dal. We hadden al wat gegeten, maar op trekking kun je nooit genoeg eten. Later zullen we zelfs nóg een keer eten in de tent.

We krijgen ook tsampa. Tsampa is gerstemeel dat door Tibetanen veel als maaltijd wordt gegeten. Veel Tibetanen eten het droog, maar wij zijn blij dat we het met de boterthee kunnen mixen. Het zijn bijna allemaal vrouwen, van jong tot oud, die in de Ladakhi-kamer zitten. Ze werken de hele dag in het veld om gerst voor tsampa te verbouwen. Er is één man die het eten klaar maakt. Het antwoord wat de mannen dan doen de hele dag komt niet verder dan 'staying at home'.

Het welkom is hartverwarmend. Wij zijn de eerste toeristen dit jaar en we kunnen helemaal niet meer stuk als we onze gebedsvlaggetjes aan de tent hangen.

Ik loop 's avonds nog een uurtje omhoog voor een mooi uitzicht op het dal van Tar en dus ook op de tent (rara waar sta-ie?).

Wat een heerlijke plek!

Twee zware passen met rugzak
De volgende dag wacht ons een lange tocht naar Mangyu met twee hoge passen van 4000 meter. Voordat we omhoog gaan wil de groep vrouwen nog een groepsfoto, die we later zullen toesturen per post (die ze in Nurla moeten ophalen).

Met de rugzak is de beklimming van de eerste pas zwaar. Na drie uur zwoegen staan we eindelijk boven. We hebben een prachtig uitzicht, zelfs tot aan Leh.

Het mooie weer van vanochtend begint te betrekken, dus we haasten ons op weg naar de tweede pas van 4000 meter. Halverwege stoppen voor een pastalunch voor nieuwe energie. We gaan weer snel verder want er komt een sneeuwbuitje langs. Gelukkig duurt dit in Ladakh nooit lang en kunnen de warme kleren weer uit. Een ezeltje komt ons achterna lopen en blijft ons volgen.

Vóór de tweede pas gaat het pad door wat sneeuw en storen we twee yaks in hun middagdutje.

Ook op de tweede pas kijken we weer tegen een muur van sneeuwbergen aan.

Aan het eind van de dag lopen we Mangyu binnen. Hier vinden we op één van de terassen een kampeerplek en maken ons laatste eten op.


Eindpunt Alchi
Onze laatste loopdag is eerst mooi, maar wordt later saai over een asfaltweg. Er komt geen auto langs, wat aan de ene kant prettig is, maar aan de andere kant hadden we graag een lift gehad. Het is duidelijk warmer dan de afgelopen weken en we zijn blij dat we in dit droge niemandsland een waterpomp tegenkomen om onze geslonken watervoorraad aan te vullen. Na een warme dag komen we eindelijk bij de spiksplinternieuwe toegangspoort van 'model village' Alchi, waarna het overigens nog een paar kilometer lopen is naar het centrum.

In Alchi vinden we geen camping, dus kiezen we voor een guesthouse dat zelfs (koud) stromend water heeft! Alchi heeft een bekend klooster waar we de volgende dag een kijkje nemen. We nemen ook wat toeristen waar die met jeeps een kort bezoek aan Alchi brengen. In het guesthouse zijn we nog steeds de enige toeristen. Om drie uur nemen we de bus voor een altijd bijzondere ervaring. De bus brengt ons in een angstaanjagende en misselijkmakende vaart weer terug in Leh.

zondag 4 mei 2008

Rustdag in Lamayuru

Voordat we verder lopen van Nurla naar Alchi gebruiken we een rustdag Lamayuru om één van de oudste kloosters van Ladakh te bekijken.

Arabische invloeden
De weg Leh-Srinagar is relatief druk in Ladakh, maar toch kan het nog 15-20 minuten duren voordat er een auto langskomt. We willen een lift naar Lamayuru, een dorpje nog verder naar het westen. We stappen in bij een vage bus waar de Indiase, Arabische muziek keihard staat. Als een paar militairen en een vrouw met kind uitstappen zijn wij de enige overgebleven passagiers. Het is duidelijk dat we meer in de buurt van Pakistan komen want we zien meer Arabische teksten en bij een Police Checkpost moeten we onze paspoortgegevens en reisbestemming laten registreren. Voor de chauffeur en de 'geldman' lijkt het ook een uitje want ze willen met ons op de foto en stoppen bij elk interessant punt. Volgens mij hebben ze in Leh een bus gehuurd en proberen ze hun reiskosten naar Srinagar te drukken door passagiers mee te nemen. We krijgen onderweg thee aangeboden en worden keurig afgezet in Lamayuru.

Het klooster van Lamayuru
De voorzieningen in Lamayuru zijn minder goed op de toeristen afgesteld dan we hadden verwacht. We komen in een guesthouse terecht met een oude vrouwtje dat geen Engels spreekt en er is geen licht. Uiteindelijk komt alles goed en bekijken we het oude, prachtig op zandsteen gelegen klooster van Lamayuru.

Er lopen veel dieren rond in Lamayuru. Yaks lopen door de straat, ezels staan naast het huis achter een hek en geitjes grazen op het dak.

Op weg naar de volgende trekking
De volgende dag stappen we 's ochtends om half tien op de bus naar Nurla, dat op de weg naar Leh ligt. We willen van daaruit naar Tar lopen dat op de route van een andere trekking ligt. De hele trekking vanaf Lamayuru kunnen we niet doen want de Tar La van meer dan 5000 meter ligt nog vol sneeuw. We stappen uit in Nurla, waar ook nog niets open is, en vinden snel de brug over de Indus waar het pad naar Tar begint.

Trekking Likir-Khaltsi

Het eerste gedeelte van onze trekking betrof een route van Likir naar Khaltsi. Deze trekking gaat niet over hoge passen dus is goed te doen rond deze tijd. Onderweg komen we door allerlei dorpjes zodat we veel in contact komen met de lokale bevolking en ook nog wat gompa's kunnen bekijken.

Ladakhi bruiloft
Comfortabel met de jeep worden we afgezet in Likir, het startpunt van onze trekking. Op de 'camping' zetten we onze tent op (uiteraard zijn we de enigen) en lunchen in de hitte. Zou dit een warme trekking worden? 's Middags hebben we nog tijd om de gompa, een uurtje lopen van de camping, te bezoeken. Verderop hoger in de vallei horen we muziek. We gaan erop af en komen midden in een Ladakhi bruiloft terecht. Mannen en vrouwen in traditionele kleding en met te kleine Ladakhi hoedjes op dansen op schelle muziek.

In gedachten denk ik aan een Hollandse bruiloft met mannen in het pak en vrouwen in nette jurken. Dan ziet dit er toch wat kleurrijker uit!

Al gauw wordt ons boterthee en chang (Tibetaans bier) aangeboden. We worden gevraagd foto's op te sturen per post.

Extreem klimaat
We eten eerst de zware dingen op want met voedsel en gas voor acht dagen zijn de rugzakken aardig op gewicht. Met een loodzware rugzak lopen we de eerste etappe naar het plaatsje Yangtang. Het is warm en droog en we kunnen ons niet voorstellen dat mensen dit in de zomer lopen. Het weer is hier echter extreem.

Terwijl we 's middags in de korte broek bij een beekje liggen te verbranden in de zon, vluchten we een paar uur later met al onze warme kleding aan voor een sneeuwstorm onze tent in. De tent hebben we verstevigd met stenen om wegwaaien, zoals eerder op de avond dreigde te gebeuren, te voorkomen.

Later op de trekking begint het 's nachts te sneeuwen en worden we wakker met een flinke laag sneeuw op de tent.


Tussen de Ladakhi's
Op deze trekking komen we niet zo hoog en veel in dorpjes, dus zijn we veel tussen de Ladakhi's. In Yangtang drinken we thee bij een vrouwtje. Ze begrijpt snel dat haar zoute thee ons niet smaakt en maakt voor ons zwarte thee met suiker. We mogen twee liter water meenemen want de beek naast onze tent is drooggevallen. Ook hier is water een probleem... Zonder rugzak lopen we naar het klooster Rizong, waar de monniken alles op hun gemak doen en wij gehaaste Westerlingen moeite hebben om ons aan te passen.

Net als in andere dorpjes snappen de Ladakhi's ook in Hemis-Shukpachun niet dat wij in een tent gaan zitten ipv in een 'comfortabel' guesthouse, maar de hele familie wil ons helpen het kleine trekkerstentje op te zetten. Ook het waterfilteren trekt de aandacht, maar ze hebben snel door wat we aan het doen zijn.

Met pannekoeken de pas over
Op weg naar het vierde dorpje Temisgam moeten we een flinke pas, de Maptek La, over. De broodjes uit Leh zijn inmiddels op. Voor ontbijt en lunch eten we pannekoeken en die komen vandaag goed van pas voor de pas. De kale droge bergen om ons heen hebben prachtige kleuren.

Het weer ziet er af en toe dreigend uit, maar meer neerslag dan een paar sneeuwvlokken krijgen we tijdens het lopen niet. In Temisgam komen we weer een beetje in de bewoonde wereld en kunnen we mango juice en water kopen.

Ibexen op de Bongbong La
De laatste dag van het eerste deel van onze trekking is eigenlijk een uitbreiding op de standaardtrekking, maar is zeer de moeite waard. Van dit gedeelte bestaat geen kaart en in de routebeschrijving staat alleen 'af en toe de weg vragen'. Dat blijkt wonderwel goed te werken. We moeten de Bongbong La over en die kent iedereen. Toch raken we met onze grote rugzakken een keer verstrikt in de kleine doorgangetjes op een erf, maar de vriendelijke Ladakhi familie brengt ons weer op het goede pad. De Bongbong La is ook een imposante, steile pas.

Op de pas aangekomen ontvouwt zich tot onze verrassing aan de andere kant een kleurige hoogvlakte waarin we, ondanks hun schudkleur, hele groepen ibexen ontdekken.

Ze zijn niet echt schuw dus kunnen we ze tijdens de lunch op ons gemak observeren. We beseffen ons dat we in al die dagen op onze route buiten de dorpjes helemaal niemand zijn tegengekomen.

Na een lange afdaling, door uiteenlopende woestijnlandschappen, komen we uit bij de weg Leh-Srinigar, het eindpunt van onze eerste trekking.

dinsdag 22 april 2008

Hemis gompa in Leh-vallei

In de Leh-vallei, verder dan Shey en Thikse waar we eerder zijn geweest, ligt de gompa van Hemis. Deze gompa is de grootste en beroemdste van Ladakh. Vandaag hadden we een taxi gehuurd om Hemis, en daarnaast Stakna en Stok, te bezoeken.

De 'Atacama van India'
Na ons ontbijt met bruin (!) brood en 'real coffee' (dat toch gewoon oploskoffie blijkt te zijn) in de German Bakery, rijden we met de jeep die we gisteren hadden gereserveerd als eerste naar Hemis. We nemen een andere weg dan eerder naar Tso Moriri en Thikse. De omgeving is bijzonder. Het is een droog woestijnlandschap waar we in rijden met vreemde, 'scheve' rotsen.

Het doet me een beetje denken aan de Atacama-woestijn die ik in Noord-Chili heb bezocht (zie reisverslag Zuid-Amerika). Hier schijnt echter hier en daar nog wat groen te verschijnen in de zomer. Na de relatief natte dagen van de afgelopen weken en de prachtige zonnige dagen nu, zien wij dat nu ook al een beetje opkomen.

Hemis gompa
Na anderhalf uur rijden komen we aan bij de gompa van Hemis. Het ligt niet zoals veel andere gompa's prominent op een rots, maar meer verscholen in een zijdal.

Er is een monnik die de verschillende ruimtes voor ons open maakt. We zijn vroeg, dus het is nog rustig. Toch verschijnen later ook andere toeristen. Hemis is duidelijk een bekende gompa. Er is ook nog een klein museum waar we allerlei oude voorwerpen kunnen bezichtigen. We lunchen in het plaatsje Karu met onze meegebrachte bruine broodjes van de German Bakery.

Stakna gompa
Op de terugweg bezoeken we de Stakna gompa. Deze staat wel op een rots, maar is een stuk kleiner dan Hemis. Binnen blijkt alles echt splinternieuw te zijn.

We kunnen zelfs de verf af en toe nog ruiken. Alles is beschilderd of er hangt iets aan de muur.

De schilderingen aan de muur zijn prachtig.

Op deze manier krijgen we toch een idee zoals het er vroeger echt uitgezien moet hebben.

Stok Palace
Na deze kleine, maar verrassend interessante gompa bezoeken we voordat we terug in Leh komen nog het Stok Palace.

Er is een museum, maar dit is duidelijk minder leuk dan de andere gompa's. Het paleis staat bovendien naast een enorme zendmast die een boel herrie maakt.

Op trekking
Terug in Leh doen we wat voorbereidingen voor de trekking. We zijn vanaf morgen elf dagen weg voor onze trekking van Likir via Lamayuru naar Alchi. Het is onwaarschijnlijk dat we internet-faciliteiten tegenkomen.

maandag 21 april 2008

Eindelijk terug in Leh

Na bijna twee weken in de Nubra-vallei, waar we noodgedwongen moesten blijven omdat de Khardung La was dichtgesneeuwd, zijn we nu terug in Leh. Een goed gevoel, want we zagen onze vakantiedagen slinken als sneeuw voor de zon...

Hoogteziek
De terugweg over de Khardung La was weer een groot avontuur. Er lag uiteraard veel meer sneeuw dan twee weken terug. Alles was goed geveegd, maar we zaten nu wel achter een peloton legertrucks dus vóór de pas moesten we weer vaak wachten, ook op jeeps die geen sneeuwkettingen hadden. Dit keer zaten we niet in de bus, maar in een 'shared taxi' (jeep). Dit maakte de reis iets comfortabeler.
Bij ons in de jeep werd een man hoogteziek. Af en toe verloor hij zelfs het bewustzijn. Op zich niet verwonderlijk bij een plotselinge stijging van 3200m naar 5600m. We hebben hem wat diamox tegen de hoogteziekte en paracetamol tegen de hoofdpijn gegeven. Gelukkig gingen we uiteindelijk soepel de pas over en daalden we snel af naar Leh, waardoor de man zich snel beter voelde.

Leh: anders dan vorige maand
Het straatbeeld in Leh is sinds ons vertrek naar de Nubra-vallei alweer enigszins veranderd. Ineens zien we nu veel toeristen, dus Leh is helaas niet meer 'alleen van ons'. Aan de andere kant is het duidelijk warmer dan een maand geleden (de muts hoeft niet meer op...), er zijn meer restaurants open en op de groente- en fruitmarkt is nu een heleboel te krijgen.

Vandaag hebben we in Leh weer genoten van de diversiteit aan eten en hebben we wat inkopen van souvenirs gedaan.

Shanti Stupa
Vanmiddag zijn we naar de Shanti Stupa gegaan. Deze stupa is in de jaren tachtig met financiële hulp van Japan gebouwd op een heuvel aan de rand van Leh.

Een rustige plek met een mooi uitzicht op Leh en de omgeving.

De komende dagen
Helaas moeten we door de problemen op de Khardung La één van de twee trekkings die we in gedachten hadden schrappen. Morgen vertrekken we voor een dag naar Hemis, het beroemdste en grootste klooster van Ladakh. Daarna maken we een trekking van anderhalve week.

vrijdag 18 april 2008

Ingesneeuwd in de geisoleerde Nubra-vallei

De Khardung La (5600m), waar we op de heenweg met veel pijn en moeite overheen zijn gekomen, is nu volkomen dichtgesneeuwd. Aangezien de Khardung La de enige uitweg is uit deze vallei, zitten we nu compleet vast in Nubra. Het weer is wisselvallig en zelfs in Diskit op 3200 meter is het koud, toch niet gebruikelijk in deze tijd van het jaar. Ook bijzonder is dat de pas zo lang dicht is, normaal is dit (ook in de winter) hooguit een paar dagen. Nu zitten we al bijna twee weken opgesloten in de Nubra-vallei en beginnen de voorraden in de winkels op te raken. Het enige dat we kunnen doen is afwachten...

Oorlog op 6000 meter
Na een dagje wachten op berichten over de sneeuwcondities op de pas, doen we een wandeling naar Hundar, een plaatsje nog verder het dal in van Diskit.

De wandeling bevalt ons slecht omdat we in een zandstorm terecht komen en we zien geen spoor van de kamelen die in dit gebied met zandduinen zouden moeten rondlopen.

We komen bij de brug waar we als buitenlanders worden tegengehouden.

Verderop in het dal vindt op de Siachen-gletscher op 6000 meter hoogte een oorlog tussen India en Pakistan plaats over de locatie van de 'Line of Control'. Er vallen veel slachtoffers, het grootste deel door bevriezing en hoogteziekte.

Internet-computers op olie
Als de Khardung La open is mogen er om de dag voertuigen de pas over omdat het smalle weggetje eenrichtingsverkeer is gemaakt, zo handig zijn die Indiers dan nog wel. Op de volgende mogelijke vertrekdag ligt er zelfs sneeuw op het binnenplaatsje van ons hotel op 3200 meter. We kunnen de situatie op 5600 meter wel raden en met die krakkemikkige sneeuwschuivers kan het nog wel even duren voordat die Indiers de weg weer schoon hebben. In het dorp raken de voorraden in de winkels op al gebruiken veel eigenaren dit als makkelijk excuus voor iets dat ze niet hebben of nooit hebben gehad: "Sorry, the road is closed". Bellen naar buiten India lukt niet en bij het enige internetcafe van Nubra is de olie op rantsoen... ja, de computers uit het vorige decennium lopen op een generator. Later lukt het na een half uur proberen wel om te bellen naar Nederland zodat we de achterban in ieder geval kunnen laten weten waar we uithangen en we de bezorgdheid over de communicatiestilte kunnen wegnemen.

Echte stilte
Het spelletje "Pass Open Yes-No-Maybe" van de afgelopen dagen begint me behoorlijk te vervelen. Het is al een paar dagen mooi weer maar nu blijkt slechts één van de drie sneeuwschuivers te werken waardoor het nog langer gaat duren. Op weer een redelijk mooie dag besluit ik een pittige bergwandeling te gaan maken, terwijl Nienke in het dorp blijft. Ik loop boven de gompa van Diskit uit en volg het paadje dat met het dal meestijgt links van de diepe kloof van de rivier die Diskit water moet brengen in de zomer. Nu is de rivier bevroren. Na drie uur flink doorlopen heb ik 1200 hoogtemeters overbrugd en sta ik, hijgend en dizzy van het zuurstofgebrek, op een top van 4400 meter met wat mani-stenen. En ik hoor... niets, helemaal niets! Geen wind, geen auto's, geen dieren, geen mensen. Alleen een grote roofvogel cirkelt geruisloos boven mijn hoofd. Met het laatste beetje energie uit mijn laatste batterij (mijn lader ligt in Leh...) kan ik nog een topfoto maken.

Tja, als ik geen foto's kan maken wordt het écht tijd om terug te gaan naar Leh!

Free Tibet
We zitten hier dicht bij Tibet en dat is goed te merken aan de mensen die meeleven met de Tibetanen in Tibet zelf. Er wordt een demonstratie gehouden tegen het Chinese optreden in Tibet. Zoals we eerder ook al in Leh zagen is het opvallend dat iedereen, boeddist of moslim, schoolkinderen of ouderen, meedoet met deze demonstraties. Alle winkels zijn gesloten en mensen komen vanuit de hele Nubra-vallei met jeeps, bussen en pickups naar Diskit om de bijeenkomst bij te wonen. Na een mars naar het centrale plein worden wij, als enige buitenlanders in de vallei, vooraan op een stoel gezet om alle speeches goed te kunnen volgen. Niet dat we er iets van hebben verstaan... maar leuk om mee te maken was het wel.

Laatste berichten
Vandaag ben ik weer in mijn eentje een berg in de buurt opgeklommen. Ik moet iets doen, dat wachten maakt me onrustig. Het bleek een lastige berg, dus toen het te link werd ben ik omgedraaid. Op de terugweg kwam ik een groepje Ladakhi Ibexen tegen. Hoog op een rots stonden ze mij, en ik hen, verbaasd aan te staren. De laatste berichten over de pas zijn tegenstrijdig. Het weer is goed, het lijkt zelfs een beetje lente te worden. De eerste vlinder hebben we al gesignaleerd. Het is niet duidelijk welke kant het eerste de pas over mag als alle sneeuwruimwerkzaamheden zijn afgerond. We wachten dus maar weer af...

donderdag 17 april 2008

Nubra, het oude Ladakh

Met de hakken over de sloot zijn we dan toch in de Nubra-vallei, ten noorden van Leh, terecht gekomen. De Nubra-vallei is pas sinds 1994 geopend voor buitenlanders en heeft daarom nog de kenmerken van hoe de rest van Ladakh vroeger was. In de zomer zijn er minder toeristen dan in Leh (nu zien we niemand) en de voorzieningen zijn beperkt.

"Now, jump through the window"
Het kost ons moeite om een 'betrouwbaar' restaurant vinden in Diskit, het grootste stadje van Nubra. In één restaurant durven we zelfs de thee niet op te drinken. Tot nu toe heeft onze voorzichtigheid opgeleverd dat we nog nauwlijks problemen met eten en drinken hebben ondervonden. Iets dat in India toch wel verrassend genoemd kan worden, zeker gezien mijn problemen in Nepal/India, Zuid-Amerika en Afrika. Waarschijnlijk speelt ook een rol dat schadelijke bacteriën in dit extreme klimaat op grote hoogte geen kans krijgen.
Als ik in het 'restaurant' naar het toilet vraag, word ik de keuken door gedirigeerd en krijg te horen: "Now, jump through the window". Vol ongeloof kijk ik de kleine Indiër aan. Hij vertrekt geen spier, dus waag ik toch de sprong. Ik kom een paar meter dieper in het stof terecht achter het kleine huisje. Ik kies een muurtje uit, zoals anderen voor mij zo te zien ook gedaan hebben. Weer terug in het 'restaurant' klimmen is een stuk lastiger, dus ik raad Nienke dit 'toilet' af.

Elke dag rijst met dal
Het mannetje in ons hotel dat de emmers water naar onze kamer brengt kan dal (een Indiase basissaus met linzen) met rijst klaar maken. "Nothing else?", vragen wij nog, waarop hij met de varianten "alleen rijst" of "alleen dal" komt. Indiërs eten het elke dag, maar wij als verwende westerlingen krijgen er snel genoeg van. Daarom besluiten we in onze hotelkamer een pastamaaltijd te bereiden met onze luidruchtige brander.

Dit wekt uiteraard de nieuwsgierigheid en vooral bezorgdheid van de hoteleigenaar, maar de brander is zo efficiënt dat alle warmte naar boven gaat en geen schroeiplekken achter laat op het tapijt.

"Tea?"
Boven Diskit ligt de mooiste gompa die we tot nu toe hebben gezien. Het is er heerlijk rustgevend en het is prachtig gelegen op de rotsen.

We mogen overal in van de monnik die de diverse kapelletjes met imposante buddha's voor ons open maakt.

Als we op ons gemakje aan het rondkijken zijn worden we door een vriendelijke monnik uitgenodigd voor thee in zijn kleine huisje, al duurt het even voor we dat door hebben. "Tea" blijkt ook het enige Engelse woord te zijn dat hij spreekt. De conversatie loopt dus op zijn zachtst gezegd moeizaam, maar met gebaren en de een paar woorden Tibetaans van Nienke komen we te weten dat hij Lobdang Nurbu heet en 67 jaar oud is.

Met "Tea?" produceert Lobdang zijn tweede Engelse volzin van de middag en wij durven niet te weigeren. Terwijl hij een tweede kopje thee voor ons aan het zetten is in een ander kamertje mompelt hij onze namen: "Hassan Ninka... Hassan Ninka...". Hij biedt ons brood aan maar wil absoluut niets van ons aannemen. Ook de subtiel achtergelaten koekjes worden bji vertrek weer in onze handen gedrukt.

Luchtbegraafplaats
Boven het klooster gaan we op aanwijzing van een monnik op zoek naar een luchtbegraafplaats. Doden worden volgens boeddhistische traditie op een berg ritueel aan stukken gehakt en aan de roofvogels gevoerd. Daarmee worden ze symbolisch naar de hemel gebracht door de dieren en om ze te helpen niet bij het lichaam te blijven rondspoken. We vinden de plek die is omgeven met gebedsvlaggetjes. Het is een prachtige, rustige plek om overledenen aan de hemel te geven.

Sumur: summier
Op de tweede dag is het klooster van Sumur in een ander deel van Nubra het doel. Dit valt tegen want het klooster is zo goed als verlaten en de monniken zijn ook niet echt actief...

Verder is er werkelijk niets te beleven in het het dorpje Sumur. Bovendien moeten we ook nog eens uren wachten op de bus terug naar Diskit. 's Avonds wacht ons een volgende onaangenamen verrassing...

woensdag 16 april 2008

Met de bus over 5600 meter

Het eerste hoofdstuk van ons avontuur in de Nubra-vallei begint met het oversteken van de Khardung La (5602m), volgens de Indiers de "world's highest motorable road". Er schijnt echter nog een weggetje te zijn in Bolivia die de Uturuncu Volcano op gaat tot 5900 meter. Niettemin, 5600 meter is toch 800 meter boven de Mont Blanc en dan te bedenken dat de lente hier nog niet is aangebroken...

Wachten in de kou
Om half zes 's ochtends lopen we met bepakte rugzak door de verlaten straten van Leh. Door de kou komt het straatleven hier pas laat op gang. Het is een groot contrast met de gezellige drukte van midden op de dag. De bus ("Semi Deluxe") vertrekt om 06:30 uur, binnen een uurtje hebben we de eerst 1000 hoogtemeters overbrugd en staan we in South Pullu naar beneden te staren waar Leh in de diepte ligt.

We moeten ons paspoort en permit laten zien bij de Police Checkpost en er wordt ons medegedeeld dat de "road closed" is. Ik denk dat ze tegenover de eerste westerlingen dit seizoen een grapje maken, maar na een tijdje wordt ons duidelijk dat we hier nog wel een paar uur staan omdat er verderop een lawine heeft plaatsgevonden. Het is afzien want we zitten we zitten boven de sneeuwgrens en het is steenkoud. Gelukkig is er een klein, donker theestalletje waar we wat warm water kunnen krijgen.

We komen Arthur, een andere westerling, tegen. Arthur is een Russische fotograaf van het Baikalmeer en hij blijft ondanks zijn gebrekkigge Engels onafgebroken praten. We hebben ons dus niet verveeld als na vijf uur wachten de weg wordt vrijgegeven.

Vast in de sneeuw
De colonne jeeps en onze bus zetten zich in beweging alsof zojuist het startschot voor de ralley Leh-Khardung La heeft geklonken. Maar het is hollen en stilstaan op het smalle weggetje naar de pas en ook de sneeuwkettingen moeten om, al willen Indiers dat pas toegeven als we echt niet meer vooruit komen in de diepe sneeuw.

Iets na de pas komt de bus hopeloos vast te zitten.

Na onze inspanningen op 4800 meter in het zand bij Tso Moriri staan we nu op bijna 5600 meter in de sneeuw tegen een bus te duwen, dit keer zonder succes.

Na twee uur ploeteren in de metersdiepe sneeuw komt er één sneeuwschuiver van het Indiase leger ons te hulp. Met veel moeite baant hij zich een weg om de andere vastgelopen voertuigen heen. We krijgen een zetje en we rijden weer!

Eenzame passagier in de sneeuw
De chauffeur probeert met kunst- en vliegwerk de bus in beweging te houden, maar even later komen we weer vast te zitten. Met duwen komen we nu wel los. De chauffeur stopt de bus op een veilig punt om de duwers op te wachten. De bus zet zich weer in beweging en de chauffeur probeert de snelheid hoog genoeg te houden om niet vast komen te zitten en laag genoeg om niet in het ravijn te verdwijnen.
Een stuk lager duikt uit het niets een man op aan de rand van de weg. Het blijkt één van de duwers van zojuist te zijn die te laat was toen de duwers werden opgewacht. Met gevaar voor eigen leven heeft hij zich op zijn sandalen door de sneeuw van de steile berghelling afgestort om de bus in te halen. In het Westen zou je een scheldkannonade richting de chauffeur verwachten, maar in Ladakh gaat dat anders. Nonchalant stapt het slachtoffer, de sneeuw afkloppend, lachend de bus in en hij krijgt complimenten van de overige passagiers. Tja, dat is het risico van de bus duwen lijkt iedereen hier te denken!

Hotel i.p.v. kamperen
Door de extreme vertraging besluiten we ons plan om met de rugzak te gaan lopen en te kamperen te laten varen. In het donker, na 13 uur "bussen", komen we aan in Diskit, het grootste stadje van Nubra. Hier vinden we een goed hotel.

maandag 7 april 2008

Bezoek aan nomaden bij Tsokar

De tweede nacht op 4600 meter bij Tso Moriri gaat beter dan de eerste nacht. Ook het geblaf van de honden klinkt inmiddels meer vertrouwd dan irritant. Zelfs een intensieve blafsessie van een hond vlakbij de tent doet ons maar half ontwaken. We moeten er ondanks de kou vroeg uit, want Anchuk wil geen risico lopen met het stuk mulle zand voor de boeg dat we op de heenweg ook tegenkwamen. Het opbreken van de tent gaat redelijk soepel en om 07:30 uur zitten we in de auto. Bij de Army Post even buiten het dorp pikken we twee bekenden op: Jansen en Janssen (zie eerdere posts). Ze moeten ook naar Leh en Anchuk vindt het wel handig om twee extra duwers te hebben. Dit keer komen we doordat we het mulle zand meer van boven benaderen tot opluchting van iedereen makkelijker door het moeilijke stuk heen.

Bij het Tibetaanse vluchtelingendorp Sumdo waar we de heenweg ook langs zijn gekomen slaan we links af een dirtroad op richting Tsokar. Onderweg komen weg geisers tegen met zwavel en ook een mooie hotspring waar het hete water omhoog pruttelt.

Door de kou bevriest de waterdamp onmiddellijk en ontstaat er een fraaie ijspilaar naast de geiser. De weg is niet goed, maar Anchuk stuurt onze 2WD zonder problemen langs de hobbels. Onderweg hebben we één tegenligger: twee Ladakhi op één brommer. Anchuk vraagt naar de wegcondities tot Tsokar en die blijken goed. De Taklang La van 5300 meter is echter zoals verwacht nog dicht vanwege de sneeuw, dus zullen we dezelfde weg straks weer terug naar Sumdo moeten. We bereiken een pas van 4950 meter. Hier heeft Anchuk als boeddhist een dilemma. We zijn netjes links langs de stupa met gebedsvlaggetjes gegaan, maar hij durft niet het hoge talud van de nieuwe weg aan de andere kant van de pas op te rijden. Wat nu? Terug (en dus) rechts langs de gebedsvlaggetjes is uit den boze voor een boeddhist want dan zouden wij dit avontuur wel eens niet kunnen overleven... Anchuk redt zich er handig uit door om te draaien en toch links door de sneeuw langs de gebedsvlaggetjes te sturen en vervolgens met een mooie bocht naar links alsnog het talud van de nieuwe weg op te rijden. We kunnen gerust zijn: deze reis gaat goed aflopen. Aan de andere kant van de pas is het landschap droog en uitgestrekt.

Af en toe steekt er een zandstormpje op. Ook Tsokar, dat met 4200 meter iets lager ligt dan Tso Moriri, is in zijn geheel bevroren. In de loop van de ochtend bereiken we het enige dorpje aan de rand van Tsokar. Hier wonen enkele nomaden. Het zijn oude mannetjes met prachtige getekende gezichten.

De eigenaar van het huisje waar we voor staan laat trots de door hem zelf geslachte lammetjes zien.

De inhoud eten ze op en de huiden gebruiken ze als voering in hun jassen. We worden uitgenodigd door de aardige Ladakhi om in zijn huisje een kopje thee te drinken.

Hij heeft een wereldkaart aan de muur hangen zodat we kunnen laten zien waar het kleine, natte Nederland ligt.

Na dit korte bezoek beginnen we aan de lange terugweg naar Leh. Dit zou normaal gesproken zonder verdere problemen moeten kunnen verlopen. De Indiase chauffeurs hebben echter de rare eigenschap om enkele meters naast de weg te gaan rijden in plaats van erop omdat ze dan enkele kilometers per uur harder kunnen rijden door het zand. Inderdaad zand... Zo gebeurt het dat we enkele meters naast een uitstekend verharde weg volkomen onnodig opnieuw vast komen te zitten in het mulle zand. Tot overmaat van ramp komen we ook midden in een forse zandstorm terecht. Vijf graaf- en duwsessies later staat de auto weer op de verharde weg. Gezandstraald stappen we weer in en drukken Anchuk op het hart de weg niet meer te verlaten.
We volgen weer de lange weg door de Indusvallei, dit keer in omgekeerde richting. Af en toe passeren we een dorpje dat door middel van een gammel bruggetje is verbonden met de autoweg.

De "London Bridge" grapt Anchuk als we het bruggetje bekijken. We stoppen voor een kop thee in een dorpje. Even later komen er enkele militaire voertuigen met soldaten binnenrijden die spullen voor de bewoners van het dorp meebrengen. Enkele geweren staan tegen de muur. Jansen pakt zonder te aarzelen een exemplaar en duwt het tot haar stomme verbazing Nienke in haar handen! "Look mam, this is a gun!", zegt Jansen. De legerofficier heeft het in de gaten en zijn gezicht staat op zijn minst op 'not amused'. Nienke is overompeld door de onhandige grap van Jansen en geeft het geweer weer snel terug. Achteraf hebben we de grootste lol om de zoveelste klunzige Jansen & Janssen - actie.

Voordat we in de vallei van Leh zijn steekt de wind op en komen we nog in een zandstorm terecht.

In Zwitserland en Oostenrijk heb je van die mooie lawinebrekers boven de weg, maar hier in India valt alles van de berg direct midden op de weg... of op de auto. Twee grote sterren verschijnen in de voorruit van Anchuk, maar daar blijft het gelukkig bij. We bereiken veilig net voor het donker Leh. We nemen hartelijk afscheid van Jansen & Janssen en genieten in ons vertrouwde guesthouse van de luxe van een kamer van 10°C en een bak heet water... Ja, luxe is iets relatiefs!

Inmiddels komen er mondjesmaat wat toeristen aan in Leh en gaan er meer winkeltjes en restaurants open. Dat laatste vinden we niet erg want alle restaurants die open waren hadden we al twee keer gehad. Vandaag hebben we heerlijk ontbeten in de "German Bakery" die vandaag open ging en waar we ook de eerste onvermijdelijke Duitsers signaleerden. Morgen vertrekken we voor een nieuw avontuur van vier dagen per bus naar de Nubra-vallei ten noorden van Leh.

Kamperen op 4600m bij -15°C

We hebben de tent opgezet boven het meer Moriri (Tso Moriri) op 4600 meter. Het meer is zo'n 7 bij 20 km, heeft brak water want er is geen uitgang voor het water en het is helemaal bevroren. Met name 's nachts is het erg koud. Het omslagpunt van de temperatuur ligt bij zonsondergang. Terwijl we in het laatste zonnetje nog moet oppassen om niet te verbranden, is na het eten het pannetje waar net nog kokend water in zat vastgevroren aan de stenen. In een uur tijd zakt de temperatuur van +10°C naar -10°C. 's Nachts daalt de temperatuur nog verder naar -15°C. Toch hebben we het niet koud gehad in onze warme donzen slaapzakken, al houdt het eindeloze geblaf van de honden in het dorp en het tekort aan zuurstof ons wel uit onze slaap. Ik vraag me af wat die honden tegen elkaar aan het blaffen zijn, maar ik kan er geen structuur in ontdekken. Uiteindelijk vallen we toch in slaap. De "neuspleister" van Nienke, die je ook wel eens sporter ziet gebruiken om meer zuurstof op te kunnen nemen, komt erg goed van pas.

De volgende dag komen we ivm de kou laat op gang. We krijgen bezoek van dorpsbewoners die met stomme verbazing ons rare, minuscule tentje en onze herrie makende brander bekijken.

Ik had een multi-brander meegenomen, waarmee je zo'n beetje alles kunt branden tot aan kerosine toe. Toch zag ik een beetje op tegen het gebruik van de vuile benzine hier in Ladakh. Het schoonmaken van je brander bij -10°C lijkt me geen pretje. Gelukkig zijn er in Leh ook beperkt Primus-gastankjes te krijgen. Door de kou moeten we eerst een blok ijs smelten om thee te kunnen maken.

Rare lui die westerlingen moet de Tibetanen wel niet denken. We zijn dan ook de eerste toeristen ooit die zo vroeg in het seizoen bij Tso Moriri zijn gesignaleerd.

Bij het ontbijt worden we getipt door Anchuk dat er een gebed aan de gang is in het klooster van het dorpje. We nemen binnen een kijkje en luisteren naar de gebeden die worden voorgelezen door de monniken terwijl ze op een soort gong en bekkens slaan. Heel mystiek maar na een tijdje wordt het ons te koud en gaan we buiten in het zonnetje zitten bij de monniken die tsampa-figuurtjes aan het kneden zijn. De monniken laten zich graag fotograferen.

We nemen nog een kijkje bij het schooltje waar een groepje kinderen buiten liedjes aan het zingen zijn.

Daarna klimmen we naar de gebedsvlaggetjes die op de heuvel boven het dorp zijn opgehangen. We hebben een prachtig uitzicht op het bevroren meer.

De gebedsvlaggetjes fascineren mij en heb ik als onderwerp gekozen voor de opdracht van mijn foto-opleiding.

Prachtig om te zien hoe de monniken deze kleurige vlaggetjes hebben opgehangen in een honderden meters lange sliert van de ene berg naar de andere.

's Middags maken we een wandeling aan de rand van het meer. Het meer is in zijn geheel bevroren. Er zijn daardoor nog weinig vogels, iets waar dit meer bekend om staat. Het ijs maakt het uitzicht wel speciaal.

De ijsschotsen steken meters hoog de lucht in.

Als fanatieke schaatser neem ik ook een kijkje op het ijs. Het blijkt meters dik te zijn. Volgens mij een prachtige locatie voor een Alternatieve Elfstedentocht waar de Weissensee nog jaloers op kan zijn. Alleen een ijsmeester ontbreekt hier natuurlijk..

Als ik de bewoners iets vraag over schaatsen blijken ze alleen ijshockey te kennen. Dat is 's winters vrij populair in Leh. De broer van onze hoteleigenaar blijkt zelf bondscoach te zijn en het reisbureautje hangt vol met schaatsposters en hij heeft zelfs een paar skeelers in de etalage staan! Voor de skeeleraars onder de lezers: geen 4x100mm, laat staan 110mm, maar toch een vreemde verschijning in deze ruige omgeving zonder goed verharde wegen.

We willen ons na onze wandeling op 4600 meter hoogte vermoeid bij de tent neer laten ploffen, maar daar komt niets van terecht omdat het schooltje uit blijkt te zijn. De kinderen komen nieuwsgierig een kijkje nemen bij onze rare tent en willen graag op de foto.

Na weer een lekkere zelfgekookte maaltijd van ons deels uit Nederland meegebrachte ingredienten, maken we ons opnieuw op voor een koude nacht.

zondag 6 april 2008

Op weg naar Tso Moriri

We zijn drie dagen wezen kamperen bij Tso Moriri. Tso Moriri is een groot meer ten zuidoosten van Leh tegen de Tibetaanse grens aan op bijna 4600 meter. We hadden een 4WD gehuurd met chauffeur om ons bij Tso Moriri en op de terugweg bij een kleiner meer Tsokar te brengen.

's Ochtends om 8 uur worden we bij ons hotel opgehaald door Anchuk, onze chauffeur. We rijden door het dal van Leh langs de kloosters van Shey en Thiksey waar we eerder met de bus zijn geweest. Na Upshi duiken we een rotsachtig en stoffig dal in. We blijven de Indus volgen en winnen steeds meer aan hoogte. Het is duidelijk dat we steeds verder van de bewoonde wereld raken. Onderweg liften een leraar en een vrouw uit de buurt een stukje met ons mee. Bij het gehucht Chumatang kunnen we ons laatste kopje thee krijgen. Een toilet is er al niet meer: gewoon ergens achter het huisje in de buitenlucht. Bij Mahe Bridge verlaten we de Indus en pikken we twee Indiers op die voor het Internal Tibetan Border Police (ITBP) werken en ook naar Tso Moriri moeten. Ze doen ons met hun snorren en hun klunzige doen en laten direct denken aan Jansen en Janssen uit de stripboeken van Kuifje.

Anchuk stuurt onze auto met een noodvaart over het smalle, bochtige asfaltweggetje. Naast de weg worden chauffeurs op hun verantwoordelijkheid gewezen met prachtige Indische kreten zoals: "If married, divorce speed", "Drinking whisky, driving risky", "On the bend, slow my friend" of "This is a highway, not a runway". Aan zijn rijstijl zou je niet afleiden dat Anchuk getrouwd is en net als we van de runway dreigen op te stijgen gaat de weg over in dirtroad. Bij een stuk mul zand blijkt onze 4WD een 2WD (achteraandrijving) te zijn. De achterwielen graven zich hopeloos vast in het zand. Tja, daar staan we dan op 4800 meter in een koud, woestijnachtig berglandschap zonder water of mensen in de buurt. Na vele vruchtelozen pogingen om los te komen zegt Jansen: "We zitten vast in het zand", waarop Janssen zegt: "Ik durf het zelfs sterker te beweren: we zitten vast in het zand".

Met z'n vieren duwen en bagage afladen lijkt geen effect te hebben. Als door een wonder uit de hemel komt er na een uur een tegenligger aan. "Oh my god, monks!", moppert Anchuk na zijn eerste blijdschap bij het zien van de auto. Zijn humeur gaat nog verder achteruit als blijkt dat er een groepje nonnen in de pickup zit. Toch hebben de nonnen in ieder geval een schep bij zich.

We komen we met behulp van de nonnen los en door het stuk mulle zand heen. Na ook de nonnen met vereende krachten (en tekort aan adem!) door het zand heen te hebben geduwd de andere kant op zijn we twee uur verder.

Gelukkig komen we nog voor donker aan in het kleine dorpje Korzok dat aan het Tso Moriri ligt. Tot verbazing van Anchuk willen wij perse in onze eigen tent slapen en niet ergens binnen in een guesthouse. Op een verlaten campingplaats kunnen we de tent opzetten. Het belooft een koude nacht te worden...

woensdag 2 april 2008

Rust en ruimte in de bergen van de Himalaya

Na het stadje Leh en de dorpjes in de buurt zijn we eergisteren voor het eerst de bergen in gegaan. Na een week op 3500 meter in Leh en lager in de dorpjes met de gompa's in de vallei wilden we onze acclimatisatie een nieuwe 'boost' geven door ons op wat hogere hoogte te gaan begeven. Eerst wilden we met de bus naar het dorpje Sabu tot aan het begin van een trekking naar de Nubra-vallei ten noorden van Leh. Het busgedoe waren we echter een beetje zat want het kost je toch de hele ochtend om 8km verderop een leuk dagtochtje in de bergen te kunnen maken. Vandaar dat we dit keer voor de taxi kozen en dat bleek verstandig want het startpunt van de trekking is een flink stuk boven Sabu in de middle of nowhere. Hier en daar staat er wel een hutje of is er een bruggetje gemaakt.

Het is duidelijk vroeg in het voorjaar in Ladakh. De sneeuw is aan het smelten maar de beekjes zijn nog deels bevroren en de bergen om ons heen zijn nog wit.

We komen uiteindelijk tot 4200 meter waar al onze winterjassen en mutsen te voorschijn komen, maar als later het zonnetje toch weer doorkomt kan de warme kleding weer allemaal uit. Zo veranderlijk kan het zijn in de Himalaya in de overgang naar de lente.

Het toilet in de bergen is geen probleem maar teruggekomen in Leh is dat altijd iets om aan te denken voordat je een restaurant binnenstapt. Ze zijn zeer uiteenlopend, soms kijk je zelfs door een gat meerdere verdiepingen naar beneden.

's Avonds na het eten is het koud en guur in Leh en zijn alle winkeltjes al vroeg gesloten. De laatste Ladakhis die zich op straat begeven en natuurlijk de onvermijdelijke Indiase koeien verwarmen zich onder de gebedsvlaggetjes aan een vuurtje op straat.

Vanochtend was er een staking in Leh in verband met de problemen in Tibet. Alle winkels en restaurants waren gesloten. Gelukkig gingen de meeste winkels 's middags weer open zodat we nog wat inkopen konden doen. Morgen vertrekken we voor drie dagen naar Tso Moriri. Dat is groot meer op 4500 meter een flink stuk zuidoostelijk gelegen van Leh aan de Tibetaanse grens. Het beloofd voor ons een koude maar avontuurlijke drie dagen te worden...

maandag 31 maart 2008

De bus-attractie in Ladakh

Gisteren zijn we naar het klooster van Spituk geweest, niet ver van Leh. We wilden eigenlijk naar Hemis, maar daarvoor bleek de eerstvolgende bus pas 's middags te gaan. Na wat gezoek tussen de rijen bussen op het busstation stappen we, net als eerder naar Shey en Thiksey, op de lokale bus.

De bus in India is een hele belevenis. Voor 10 Rupees (+/- 15 eurocent) heb je voor een uur lang een prachtige attractie! Het begint al voor het vertrek als de "busconducteur" (een jongetje met het busgeld) probeert om nog meer mensen in de al rijdende en overvolle bus te krijgen door de bestemming rond te schreeuwen over het busstation. Als de bus eenmaal rijdt zitten we midden tussen de Ladakhis (toeristen zijn er nog nauwelijks) die ons aanstaren of onze witte huid willen aanraken. Er galmt een mix van Indiase- en Tibetaanse muziek door de bus die alleen wordt overstemd door een luidruchtige sirene-achtige toeter waarvoor je in Nederland gelijk van de weg zou worden gehaald. Voorin de bus hangt een foto van de Dalai Lama met een soort kerstlichtjes die continu knipperen.

De overvolle bus stopt bij elk huisje dat we tegenkomen en als hij eenmaal op gang is negeert de buschauffeur alle gaten in de weg zodat we alle kanten op worden geslingerd. De bankjes zijn zo klein dat je met je knieen tussen je oren en met een stinkende, rochelende Ladakhi tegen je aangedrukt nog net boven je eigen dagrugzakje uit door het stoffige raampje naar buiten kunt kijken om de overweldigende omgeving in je op te nemen. Kortom, heerlijk om weer op reis te zijn!

Het klooster van Spituk ligt net als de andere kloosters in de omgeving op een prachtige locatie met uitzicht op de vallei van Leh met op de achtergrond de besneeuwde zesduizenders van Ladakh.

Bij het beklimmen van de rots naar het klooster kwamen we aan de verkeerde kant uit. We stapten van de rots op het tempeldak, dat er inderdaad uitzag of het ieder moment in elkaar zou kunnen zakken. Gelijk kwamen er enkele monniken naar buiten die ons met wilde handgebaren duidelijk maakten dat we zo snel mogelijk het dak moesten verlaten.

Via de andere kant kwamen we boven bij het tempeltje en werden daar alsnog heel vriendelijk ontvangen door de aanwezige monniken. We mochten naar binnen maar niet fotograferen. Buiten op het dak wemelde het weer van de gebedsvlaggetjes (zoek Hassan op de foto...).

In Leh terug aangekomen zoeken we weer een plekje om te eten. We hebben vaak een mooi uitzicht op alles wat op straat loopt. Het contrast met de reclame-uitingen gericht op toeristen is groot.

Het vinden van een geschikt restaurant is niet gemakkelijk, omdat er nog niet veel open zijn. Wat ze allemaal gemeen hebben is dat er slechts enkele gerechten van de menukaart beschikbaar zijn, er geen verwarming is en de electriciteit altijd tijdens het eten uitvalt.

Zo zitten we elke avond met dikke fleece en muts bij enkele graden boven het vriespunt met een kaarsje aan ons avondeten. Niet comfortabel maar wel erg gezellig!

Het lukt niet altijd om hier in India een fatsoenlijke computer te vinden waar je foto's makkelijk kunt uploaden. De computer loopt vaak hopeloos vast op mijn 8 megapixel foto's. Bovendien is het ook lastig scrollen door mijn bijna 16Gb aan foto's (na ruim een week). Gelukkig heb ik nog 2 kaartjes van 16Gb bij me. En mocht dat nog niet genoeg zijn dat biedt mijn Foto Storage Device met 250Gb harde schijf voldoende ruimte...

zaterdag 29 maart 2008

Ladakh: Happy World

Vanochtend kregen ons eerste sneeuwbuitje in Leh. Veel stelde het niet voor want het was snel weer weg, maar de bergen om ons heen hebben weer een laagje verse sneeuw erbij gekregen. We vervelen ons geen moment als we op een terrasje in het stadje Leh zitten bij te komen van de hoogte met een thee en een papad (Indiaas broodje) met uitzicht op de enige waterkraan uit de buurt. We zien alle dagelijkse bezigheden van de Ladakhis aan ons voorbij trekken: een moeder die met het slaan van een stok de was aan het doen is, een vader die met grote jerrycans water voor zijn gezin komt halen en een kind dat met het water aan het spelen is. En de Ladakhis vinden het meestal geen probleem om zelf op de foto te gaan. Zoals een Ladakhi-meisje...

...en een Ladakhi-kindje met haar grootmoeder.

Let op de Spaanse kerstmuts van het kind. Veel Ladakhis dragen kleren die door westerlingen zijn achtergelaten, waardoor een grappige mix van moderne Westerse buitensport- en traditionele Tibetaanse kleding ontstaat.

Gisteren hebben we de gompa's van Shey en Thiksey bezocht. Gompa's zijn kloosters die soms al meer dan duizend jaar oud zijn. Vaak zijn ze op een heuvel gebouwd waardoor je een prachtig uitzicht hebt op andere gompa's in het dal of, zoals bij Shey, op de honderden chortens die bij het dorp zijn opgesteld.

Shey en Thiksey liggen zo'n 25km van leh, waar we met de lokale bus komen. Na Shey lopen we richting Thiksey. Volgens het boekje 2km, maar dat blijken Indiase kilometers te zijn, dus stappen we weer op de bus die ons achterop komt. Als ik wil betalen als we even later uitstappen bij Thiksey kijkt de jongen met het busgeld me vreemd aan. Voor zo'n stukje mogen we niet betalen. Het Thiksey gompa is prachtig gelegen op een steile heuvel.

Het is zwaar om de steile trappen van de gompa te beklimmen maar het is de moeite waard. Af en toe komt er een monnik uit zijn huisje stappen die ons met een vrolijk "Julay" begroet. Helemaal boven aangekomen bij de gompa wordt de ruimte met de immense boeddha voor ons geopend.

De boeddha is drie verdiepingen groot en indrukwekkend om te zien. Voor de boeddha staan weer foto's van de Dalai Lama. Toch wel weer een opmerkelijk verschil met Tibet waar dat absoluut niet zou zijn toegestaan.

Op de terugweg naar beneden komen we langs een school met jonge monniken. Ze zijn net bezig met het verhuizen van tafels en stoelen. Daarna vermoeid weer terug met de bus naar Leh. We eten 's avonds weer bij ons favoriete restaurant: "Happy World".

Inderdaad, een betere omschrijving van de uitstraling van Ladakh en zijn bewoners is er niet.

donderdag 27 maart 2008

Hassan jarig in Ladakh

Vandaag heb ik mijn 37e verjaardag gevierd in Ladakh. Gisteren hadden we nog bij een Indiaas bakkertje een taartje en een fruitcake kunnen bemachtigen. Vanochtend stond er 1 kaarsje op de fruitcake bij het ontbijt.

En de kamer was versierd met slingers: ja, gebedsvlaggetjes natuurlijk. Helaas kreeg ook juist vannacht voor het eerst last van hoogteziekte: koppijn, misselijk en verminderde eetlust. Het taartje was dus niet aan mij besteed maar gelukkig trokken de verschijnselen na een paar uur weer weg. De fruitcake hebben we aan de familie van het hotel gegeven. Heel aardige mensen. Net als alle mensen hier: je wordt hier altijd aangesproken met een vrolijk "Juley!" of "Tashi deleg!". Dus "Juley" en tot het volgende bericht.

woensdag 26 maart 2008

Acclimatiseren in Leh

Gisteren hebben we het rustig aan gedaan op onze eerste dag in Leh. Het stadje Leh ligt op 3500 meter hoogte geisoleerd tussen twee hoge Himalaya-gebergtes ingeklemd in het uiterste noorden van India. Het is alleen van juni tot oktober mogelijk om hier met de auto te komen. Ook is het in vergelijking met de omgeving zeer droog. Er komen elke dag speciale tankauto's met drinkwater de stad in. De bevolking rukt dan uit met jerrycans om de eigen watervoorraad weer op peil te krijgen. We hebben gisteren een beetje door de Main Bazaar van Leh geslenterd. De hoofdstraat is helemaal versierd met gebedsvlaggetjes.

Op straat kun je van alles kopen. Hoe koud het ook is, de mensen blijven gewoon op straat zitten tot het donker wordt.

Op de "polo-ground" was een cricketwedstrijd aan de gang. Ook hier in het noorden van India hebben de Engelsen hun invloed gehad.

Het is een mooie mix van Indiase en Tibetaanse cultuur. Ook de onlusten in Tibet zijn uiteraard in "Little Tibet" doorgedrongen.

Wat dat betreft is het een verademing om hier in India niet continu door de Chinezen in de gaten gehouden te worden. Het is duidelijk dat we buiten het seizoen zitten, want op straat kom je geen enkele toerist tegen. Alleen in ons hotel is de enige andere gast een Japanner. De omstandigheden zijn primitief: er is geen stromend water, geen verwarming en alleen ' s avonds electriciteit. Toch redden we ons prima. Met al die ramen op onze kamer wordt het overdag door de zon behaaglijk warm: met een fleece krijgen we het dan niet koud. En het douchen met een bak warm water begint ook te wennen. Voor restaurants is het ook even zoeken, want de meesten zijn nog gesloten. Als ze dan open zijn, dan is het menu is vaak beperkt: rijst met kip of rijst met lam. Niet erg praktisch voor Nienke die vegetarisch is...

Vandaag hebben we een bezoek gebracht aan het "Leh Palace" en de "Tsemo Gompa", allebei hoog boven Leh gelegen. We hadden dan ook een prachtig uitzicht op de stad.

Het paleis en de gompa zijn voor een groot deel vervallen, maar de Indiase overheid is gestart met de reparatie-werkzaamheden.

Maar... erg snel gaan de werkzaamheden dus niet...

Boven op de top bij de gompa zijn er ontelbare gebedsvlaggetjes. Ze wapperen allemaal vrolijk in de wind.

Via een muur van chortens (soort kleine stupa's) komen we weer terug in Leh.

Net op tijd om nog even wat inkopen te doen voor Hassan's verjaardag morgen...

maandag 24 maart 2008

Adembenemende vlucht naar Ladakh

We zijn gisteren met Swiss via Zurich naar Delhi gevlogen. De reis ging voorspoedig, het vliegtuig zat bij lange na niet vol. Op het eerste deel van de vlucht bleek dat het grootste deel van
Europa een wit Pasen heeft. In Delhi kwamen we na middernacht aan en er heerste een aangename temperatuur van 25 graden. Op het domestic airport van Delhi vermaakten we ons midden in de nacht met Bollywood-films.

Tegen de tijd dat Nederland ging slapen stapten wij op de vlucht naar Leh. Wij konden onze ogen in eerste instantie nauwlijks open houden, maar dat veranderde aan het eind van de vlucht toen we over de besneeuwde zes- en zevenduizenders heenvlogen. Het uitzicht was letterlijk en figuurlijk adembenemend! Ik heb niet eerder een vlucht meegemaakt met zulk fantastisch uitzicht op de spectaculaire Himalaya-pieken.

Na dit sneeuwgeweld doken we de vallei van Leh in. Het is hier een stuk droger, dus ligt er in het dal nauwlijks sneeuw. Met scherpe bochten manouvreerde de piloot het vliegtuig langs de bergwanden om het uiteindelijk netjes op de nauwlijks verharde landingsbaan neer te zetten. Toch kan ik me voorstellen dat je hier met slecht weer dagenlang vast kunt zitten. Het weer zat ons nu helemaal mee. Naar aanleiding de weerbanner van Leh rechtsboven op deze site hadden we eigenlijk op "Hollands Paasweer" gerekend, maar het is hier gewoon strakblauw en dat schijnt elke dag zo te zijn.

Ondertussen hebben we een leuk, sfeervol hostel gevonden met een fantastisch uitzicht vanuit onze kamer. Nu eerst maar eens uitrusten van de lange reis en de hoogte.

woensdag 19 maart 2008

Geen Tibet maar Little Tibet

Het rommelde vanaf 10 maart al een paar dagen in Tibet vanwege de herdenking van de opstand in 1959. Door de verscherpte veiligheidsmaatregelen van de Chinezen moesten we ineens verplicht een gids boeken voor Lhasa. Nienke en ik waren van plan om via Chengdu naar Lhasa te vliegen, een week rond Lhasa te acclimatiseren (ivm de hoogte), vervolgens vier weken rond te trekken door het westen van Tibet w.o. Mount Kailash en af te sluiten met een trekking.

Echter, toen de protesten van de Tibetanen in Lhasa afgelopen vrijdag uit de hand liepen hebben de Chinezen Tibet hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Alle permits voor westerlingen werden per direct ingetrokken en westerse toeristen en journalisten moeten het land verlaten. Ook heeft Buitenlandse Zaken een negatief reisadvies afgegeven voor Tibet. Voor ons een flinke domper. We hebben er toch een jaar naar toe geleefd en dan gaat het een week voor vertrek niet door. Al vallen deze problemen natuurlijk in het niet bij wat de Tibetanen nu allemaal moeten meemaken. We leven met de Tibetanen mee en met die Chinezen hebben we het helemaal gehad. We hebben dan ook onze vlucht naar Chengdu geannuleerd.

Achteraf gezien is het maar goed dat we nog een week hebben om een alternatief te regelen en dat we niet al in Chengdu of Tibet zitten. De annuleringsverzekering betaalt niets terug (kleine lettertjes...), maar omdat we toevallig uit kostenoverwegingen bij een reisorganisatie hadden geboekt en onze premie van 4 euro aan het calamiteitenfonds hadden betaald, krijgen we nu het volledige bedrag aan tickets, permits en 2 hotelovernachtingen terug.

Het alternatief dat het dichtst in de buurt komt van Tibet is Ladakh in de Indiase Himalaya, ook wel 'Little Tibet' genoemd. Dus hebben we last minute nog tickets naar Delhi en Leh geregeld. Het visum voor India kwam dinsdag naast het ongebruikte Chinese visum in ons paspoort en donderdagavond krijg ik nog een shot buiktyphus bij de GGD. De komende dagen inpakken en zondag vliegen we met een wit Pasen naar Delhi waar het lekker warm zal zijn.

RSS: aanmelden bij [Little Tibet]

Powered by Blogger